Omslag van 'Handboek webcontent: meer focus, minder content'

23. Paginalay-out en tekstopmaak

De vormgeving van een webpagina speelt een grote rol in de mate waarin een bezoeker een taak goed kan afronden. Een overzichtelijke lay-out maakt het uitvoeren van een taak veel makkelijker. Verder moet je er als redacteur rekening mee houden dat de de weergave verschilt per beeldscherm (mobiel of desktop).

23.1 Verschillen bij de bezoeker

De vorm waarin een website bij de bezoeker wordt getoond hangt af van de soft- en hardware die hij gebruikt. In elke situatie ziet de website er weer anders uit. Dit is het grote verschil tussen een website en bijvoorbeeld een brochure. Bij een brochure is er 1 vorm, namelijk de vorm die de brochure heeft als hij is gedrukt. Het product is onveranderlijk. Bij een website is het product in feite een co-productie tussen zender en ontvanger: de ontvanger bepaalt mede het eindproduct, het uiterlijk van de site.

De vormgever en de webbouwer moeten er voor zorgen dat de site goed werkt:

  • in verschillende browsers (zoals Firefox, Chrome, Safari, Microsoft Edge, Internet Explorer en Opera)
  • op verschillende beeldschermen (hoge en lage resoluties, tablets, mobiele telefoons)
  • in verschillende besturingssystemen (Windows, Apple, Chrome OS, Linux)
  • bij spraakuitvoer en braille-uitvoer
  • bij lage verbindingssnelheden
  • enzovoort

En aan jou de taak om jouw website hierop te testen. Zorg daarom dat je op je werkplek toegang hebt tot in ieder geval verschillende browsers en een aantal testtools.

Opmerking:
Verschillende testtools bespreken wij in ons e-book Webtechniek voor niet-techneuten.

23.2 Responsive: verschillende lay-outs voor verschillende beeldschermgroottes

Beeldschermgroottes

De lay-out van een webpagina verschilt vaak per beeldscherm. Zo'n lay-out heet dan responsive. Als de beeldschermgrootte onder een bepaald aantal pixels komt, krijgt de browser via de css een andere vormgeving aangeboden. Het punt waarbij de lay-out wordt aangepast, heet het breekpunt (breakpoint). In het algemeen kijk je naar:

  1. desktop
  2. tablet, staand
  3. tablet, liggend
  4. mobiel, staan
  5. mobiel, liggend

Test je website op deze beeldschermgroottes.

Menu

Vaak is het menu op een mobiel anders dan in desktopweergave. Veel sites bieden een zogenaamd hamburger-menu, 3 liggende streepjes. Zie hieronder.

Hamburgermenu bij de provincie Gelderland

Een hamburger-menu blijkt niet altijd duidelijk. Ook herkennen veel mensen het hamburger-icoontje niet. Als je het wel gebruikt, zet er dan de tekst 'Menu' bij.

Verder lezen? Zie Hamburger Menus and Hidden Navigation Hurt UX Metrics - Nielsen Norman Group

Sommige sites bieden altijd het hamburger-menu, ook bij de weergave op een desktop, zoals de provincie Gelderland. Dat is niet nodig, bied voor desktop het gewone menu aan.

Het is ook mogelijk om een aangepast menu te gebruiken zonder hamburger. Daarvoor hebben wij gekozen op onze website. Op basis van onze bezoekersstatistieken weten we dat de onderwerpen trainingen, e-books en artikelen het meest bekeken worden. Die staan in het mobiele menu. Onder de knop "meer" staan de onderdelen die minder populair zijn.

Alternatief voor hamburgermenu in mobiele weergave

Verschillende content voor desktop en mobiel? Niet doen

Het lijkt soms handig om voor mobiel wat minder informatie te bieden dan voor desktop. Het probleem is dan echter dat iemand die jouw site mobiel bekijkt en jou via Google vindt, de content niet kan vinden. Voor de bezoeker is dit verwarrend. Kies daarom voor dezelfde content op desktop én mobiel.

Decoratieve afbeeldingen kun je in een mobiele weergave wel weglaten, zoals een headerfoto.

23.3 Indeling webpagina

Vrijwel elke webpagina bevat de volgende 5 onderdelen:

  • een header: de bovenkant van de pagina
  • een logo: vaak staat dat links, soms rechts
  • de content: het onderwerp van de pagina
  • een footer: deze begrenst de pagina aan de onderkant
  • een menu: vaak boven of links (soms rechts) van de content

De weergave is vaak op een desktop anders dan op een mobiel of tablet.

Header

De header bevat de corporate elementen van de organisatie, zoals het logo en de pay-off. De header is qua uitstraling vaak voor elke pagina in de hele site gelijk. Hieronder een voorbeeld van de header van de Nielsen Norman Group (kader met groen gearceerde lijn).

Header, kader met groen gearceerde lijn, bron: Nielsen Norman Group

De header is vaak de plek waar organisaties willen zenden, dus bijvoorbeeld een grote foto willen plaatsen. Doe dat liever niet. Maak de header ook voor desktop zo klein mogelijk, bijvoorbeeld maximaal 100 pixels hoog. Voor mobiele weergave kan deze vaak nog kleiner.

Andere algemene functies zitten ook vaak in de header geplaatst, zoals:

  • het inlogdeel
  • de zoekfunctie
  • de taalkeuze

De meest gebruikelijke plaats in desktopweergave voor al deze 3 functies is rechtsboven. Heb je ze alle 3, dan is het wel een uitdaging om ze alle 3 toch een zichtbare plaats te geven. Voor mobiel lukt dat meestal niet en dan staan ze in het uitklapmenu.

Het logo staat links, soms rechts, soms in het midden (rijksoverheid). Het is aanklikbaar en de link leidt naar de homepage van de site. De beste plek blijkt volgens onderzoek van de Nielsen Norman Group nog altijd linksboven.

Contentdeel

Het contentdeel bevat alles wat inhoudelijk direct met het onderwerp te maken heeft. We noemen het ook wel de primaire content.

Vaak is er ook een broodkruimelpad. Het broodkruimelpad laat de positie van de pagina in de inhoudsstructuur van de site zien. Omdat dit broodkruimelpad bij de content hoort, staat het direct bij de content, en bijvoorbeeld niet in de header.

Broodkruimelpad 'Home » Paspoort, rijbewijs en uittreksels' op de pagina Paspoort aanvragen

Het contentdeel bestaat in desktopweergave vaak uit een linkerkolom voor de gewone content en een rechterkolom voor gerelateerde of andere informatie. Soms staat het menu ook links. Dan staat de content in de middenkolom.

Hieronder een voorbeeld van het Nibud (Geldzaken tijdens de studie), met in de rechterkolom gerelateerde informatie (Studiefinanciering).

Contentpagina met rechts gerelateerde informatie, nibud.nl

In de tablet en mobiele weergave is het bijna altijd 1 kolom. Ook bij het Nibud:

Mobiele weergave bij het Nibud

Footer

De footer staat onderaan de pagina en is vaak ook op elke pagina gelijk. Het bevat soms ook nog een menu (ondermenu). In dit menu staan items die voor de bezoeker van minder belang zijn, zoals een disclaimer en een sitemap.

Soms is de footer uitgebreid en fungeert het als een sitemap, zoals in het voorbeeld hieronder. Dit noemt men een fat footer. Deze fat footer lijkt intussen alweer op zijn retour, wij zien dat ze op veel sites weer zijn weggehaald.

Fat footer

Menu

Het menu staat in desktopweergave meestal bovenaan (horizontaal menu) of links (verticaal menu).

Trend: vooral minder

De bovengenoemde elementen van een pagina zijn tegenwoordig niet meer zo vanzelfsprekend. De laatste jaren zijn websites steeds eenvoudiger in opbouw geworden. Minder is het credo. Dat zie je ook in de lay-out van pagina's:

  • Veel sites hebben geen menu meer, zoals de gemeente Vught.
  • Het broodkruimelpad is vaak weggelaten, zeker als de site niet erg ingewikkeld is, zoals onze site.
  • Het contentdeel is vaak slechts nog 1 kolom, zie de pagina Paspoort op Venlo.nl.
  • De fat footer is grotendeels weer verdwenen.

23.4 Gestaltprincipes

Hoewel websites nog maar kort bestaan, gelden voor de waarneming daarvan oeroude wetten. Rond 1930 hebben enkele wetenschappers onderzocht hoe mensen waarnemen. Op basis daarvan hebben zij enkele 'waarnemingswetten' opgesteld, de zogenaamde Gestaltprincipes of Gestaltwetten. Ze beschrijven de wetmatigheden van hoe wij waarnemen. Deze wetenschappers – zoals Max Wertheimer – hielden zich bezig met vragen zoals:

  • Waarom zie we het ene als voorgrond en het andere als achtergrond?
  • Hoe kan het dat we vormen kunnen onderscheiden?
  • Hoe en waarom zien we samenhang tussen dingen?
  • Welke eigenschappen van een ding zorgen ervoor dat we het kunnen onderscheiden van andere dingen?

De Gestaltpsychologen gingen ervan uit dat de waarneming van objecten niet primair wordt bepaald door een optelsom van de delen, maar door het geheel. Mensen nemen niet waar zoals een fototoestel, maar maken in de hersenen een voorstelling (representatie) van wat ze zien.

We bespreken hier 3 principes:

  • Principe van Nabijheid (Law of Proximity)
  • Principe van Geslotenheid (Law of Closure)
  • Principe van goede Continuïteit (Law of Continuation)

Principe van Nabijheid (Law of Proximity)

Dingen die zich dicht bij elkaar bevinden, zien we als groep. Dingen die zich ver van elkaar bevinden, zien we als losstaand.

Hieronder een voorbeeld waarbij de rondjes bij A als 1 geheel gezien worden, en de rondjes bij B en C als losstaand.

Principe van nabijheid

We zien soms in formulieren dat dit mis gaat, bijvoorbeeld in de afstand van de tekst bij een invoerveld. Hieronder staan 2 afbeeldingen van een formulier. Links zie je dat de afstand tussen de tekst en het bijbehorende invoerveld even groot is als met de tekst eronder die bij het andere invoerveld hoort. Het is daardoor iets minder duidelijk bij welk veld de tekst hoort. Rechts zie je dat de afstand tekst en invoerveld kleiner is, waardoor het direct aan elkaar gekoppeld zal worden.

Nabijheid bij de velden van een formulier

Principe van Geslotenheid (Law of Closure)

Niet-complete vormen worden op een logische wijze compleet gemaakt. Hieronder maken we dit duidelijk met 2 tekeningen. Links zie je waarschijnlijk een cirkel. Het is geen complete cirkel, er missen stukjes, maar ons brein completeert dit automatisch zodat we een cirkel waarnemen. Rechts staan losse lijntjes die je waarschijnlijk waarneemt als een rechthoek.

Principe van Geslotenheid: incomplete vormen maken wij compleet

Een mooi voorbeeld van dit principe zie je in het logo van het Wereld Natuur Fonds. Onze waarneming maakt van de zwarte vlakken een pandabeer.

Principe van geslotenheid zichtbaar in logo Wereld Natuur Fonds

Voor het web zie je dit vaak terug bij de wijze waarop een header is vormgegeven. Hieronder zie je een 1e schets van de vormgever voor de website van de Stichting Aap. Het menu staat boven de header. Uit gebruikerstesten die wij uitvoerden, bleken mensen dit menu niet te zien. In het definitieve ontwerp werd het menu onder de headerfoto geplaatst en toen zagen de proefpersonen wel het menu. Blijkbaar werkt de header als een afsluiting en starten mensen met het lezen onder de header.

Menu boven de header (concept, www.aap.nl, najaar 2008)
Menu onder de header (definitieve versie, www.aap.nl, najaar 2008)

Een ander voorbeeld stond op de website van de PO-raad.

Principe van geslotenheid: titel is afgescheiden van de tekst van het artikel

De titel van het artikel (Het jonge kind – Portret van Stichting Prodas) staat in een rood vlak, de tekst van het artikel in een wit vlak. Door deze vormgeving lezen bezoekers de titel niet, onze waarneming laat ons starten in het witte vlak.

Het Principe van goede Continuïteit (Law of Continuation)

Visuele elementen die op een lijn liggen zien we als meer gerelateerd dan wanneer ze niet op 1 lijn liggen. Wanneer elementen goed zijn uitgelijnd, ervaren we dit als rustiger.

Op de oude website van de Algemene Rekenkamer zien we dit goed terug. Als je lijntjes trekt om de verschillende contentelementen zie je dat de lijntjes niet overeenkomen. Je kunt heel veel lijntjes trekken. De uitlijning is niet goed en dit geeft een onrustige vormgeving.

Onrustige vormgeving door slechte uitlijning

23.5 Tekstopmaak

De leesbaarheid van een tekst heeft te maken met de taal (in het Engels 'readability') en de opmaak van de tekst (in het Engels 'legibility'). Hier gaan we het hebben over tekstopmaak.

Tips voor een goed opgemaakte tekst:

  • Gebruik een schreefloos lettertype, bijvoorbeeld Open Sans, Helvetica, Verdana of Arial.
  • Kies de lettergrootte niet te klein. Als richtlijn kun je aanhouden minimaal 80% van de standaard lettergrootte.
  • Kies als regelafstand ongeveer 160% (of 1.6em).
  • Maak de regellengte voor desktopweergave niet langer dan 120 tekens.
  • Zwarte tekst op witte achtergrond leest het beste. Kies je voor iets minder contrast, houd dan als minimum een contrastwaarde van 4,5 aan. Nog beter is om minimaal 7,0 aan te houden voor gewone tekst.
  • Gebruik liever geen cursief voor blokken tekst. In WCAG staat daarover 'Avoiding chunks of italic text' (WCAG: Advisory Techniques for Guideline 3.1).
  • Enkele woorden cursief of vet maken om deze extra aandacht te geven is juist wel goed.
  • Onderstreep geen tekst die geen hyperlink is.
  • Gebruik html-headings (h1, h2 etcetera) voor de opmaak van koppen.
  • Varieer weinig met andere tekstkenmerken, zoals andere letterkleur of andere lettergrootte.

Een tekst die goed opgemaakt is, lezen mensen makkelijker. In het boek Thinking, fast and slow van Kahnemann staan verschillende onderzoeken naar het effect van leesbare tekst beschreven. Samengevat blijkt dat alles wat cognitief gemak ('cognitive ease') verhoogt, jouw boodschap geloofwaardiger maakt en ervoor zorgt dat mensen tevredener zijn over jouw tekst.

Kahnemann geeft het volgende voorbeeld met 2 zinnen:

Adolf Hitler werd geboren in 1892.
Adolf Hitler werd geboren in 1897.

Welke klopt?

Beide beweringen zijn onwaar (Hitler werd geboren in 1889), maar experimenten toonden aan dat meer mensen de vetgedrukte versie geloofden. Dat noemt Kahnemann de illusie van waarheid. Ook een beter contrast en een makkelijker leesbaar lettertype verhogen deze illusie van waarheid.

Nielsen toont aan dat mensen eerder stoppen met lezen als teksten slecht leesbaar zijn. (zie zijn boek Prioritizing Web Usability).

Slecht leesbare teksten kunnen echter ook zorgen voor een beter begrip. Ook dat blijkt uit onderzoek dat Kahnemann bespreekt. Bij teksten die slecht leesbaar zijn is de cognitieve inspanning hoger, en dat leidt tot een beter begrip van de tekst.

Nu je dit hebt gelezen, ben je wellicht even in verwarring: moet je nu wel of niet een tekst goed leesbaar maken? Het grote nadeel van slecht leesbare teksten is dat ze meer inspanning vragen bij je bezoekers. Niet iedereen wil die inspanning doen en de inspanning zorgt er voor dat mensen minder tekst lezen ('de batterijen zijn op').

De intentie van de bezoeker is dus ook belangrijk: is de content voldoende belangrijk om je als lezer in te spannen? Moet iemand een tekst echt lezen, bijvoorbeeld de procedure bij een aanmelding voor een opleiding, dan zal die persoon de tekst echt uitlezen en misschien wel begrijpen, ook als is de lay-out van de tekst niet optimaal. Maar meestal zoekt de bezoeker de laagst mogelijke cognitieve inspanning. Als jouw tekst makkelijk leesbaar is, zal hij over het algemeen beter worden gelezen en hoger worden gewaardeerd.

23.6 Html en css

De broncode van een webpagina is geschreven in HyperText Markup Language, afgekort tot html. De tekstopmaak hoort niet in de html, maar is vastgelegd in zogenaamde cascading style sheets, afgekort tot css.

Hieronder de html-code voor een titel bovenaan de pagina. De h1 in de html-code betekent dat de titel een heading1-opmaakprofiel heeft.

<h1>Dit is de titel.</h1>

In de css staat welke tekstopmaak er bij de h1 hoort, namelijk:

h1 { font-size:130%; font-weight:bold;}
Html en css gecombineerd op een webpagina

In de browser wordt de html samengevoegd met de css tot een leesbare en opgemaakte tekst. Met de css leg je allerlei tekstopmaak vast, zoals de lettertypes, tekstkleur, achtergrondkleur, randjes, regelafstand en alinea-afstand.

23.7 Soort font

Er zijn 2 soorten lettertypen of fonts:

  • schreefletters (serif)
  • schreefloze letters (sans serif)
Schreefletter

Een schreef is een kort lijntje dat aan het uiteinde van letters zit. In de afbeelding hierboven zie je de streepjes omcirkeld.

Onze adviezen voor het kiezen van een lettertype voor het web:

  • Kies een schreefloos lettertype (sans serif).
  • Voor de printversie kan een serif-font gekozen worden.
  • Probeer zo weinig mogelijk verschillende fonts te gebruiken. Te veel verschillende fonts maken een webpagina onrustig.

Via de css kun je het lettertype van je site aangeven. Dat doe je met font-family. Het font dat je kiest moet ook aanwezig zijn op de computer van degene die jouw website bekijkt. Daarom kies je voor de zekerheid in de css voor een aantal fonts, waarbij je afsluit met en generiek font:

font-family: 'Open Sans', Helvetica, sans-serif;

In dit geval kijkt de browser van de bezoeker eerst of 'Open sans' beschikbaar is. Is dat niet zo, dan kijkt de browser of 'Helvetica' gebruikt kan worden. Lukt dat ook niet, dan kiest de browser een sans-serif-lettertype dat wel aanwezig is op de computer.

Organisaties hebben vaak hun eigen huisstijl en hun eigen 'huislettertype'. Het heeft de voorkeur om voor het web een lettertype te kiezen dat voldoet aan bovenstaande adviezen.

23.8 Fontgrootte

De grootte van de fonts kan in de css vastgelegd zijn in:

  • absolute waarden: in pixels (px) of points (pt)
  • relatieve waarden: in percentage (%) of in em (em)

Het is in het algemeen beter om een relatieve waarde te gebruiken, omdat er nog browsers zijn die de tekst niet kunnen vergroten of verkleinen als er een absolute waarde wordt gebruikt.

23.9 Regelafstand

Voor een goede leesbaarheid is de regelafstand van belang: de verticale afstand tussen de regels binnen een alinea. Ook die kun je in absolute en relatieve maten definiëren. Ook hier heeft de relatieve maat de voorkeur.

De standaardwaarde die een browser hanteert (100%) is te klein.

Regellengte 100%

Voor websites gebruik je liever een grotere regelafstand, bijvoorbeeld 160%.

Regellengte 160%

In de css ziet dat er als volgt uit:

line-height: 160%;

Text Spacing in WCAG 2.1

De nieuwe richtlijnen voor digitale toegankelijkheid, WCAG 2.1, definiëren ook de gewenste ruimte in tekstopmaak. Zij hanteren de volgende waarden:

  • Line height (line spacing) to at least 1.5 times the font size
  • Spacing following paragraphs to at least 2 times the font size
  • Letter spacing (tracking) to at least 0.12 times the font size
  • Word spacing to at least 0.16 times the font size

De line height van 1,5 x de lettergrootte is vergelijkbaar met ons advies van 160%.

23.10 Regellengte

De regellengte is de horizontale lengte van een regel. De ideale regellengte voor desktop is naar schatting maximaal 120 tekens.

Over de regellengte bestaan veel misverstanden. Op de echo chamber van het internet schrijven veel auteurs dat de ideale lengte rond de 70 tot 80 tekens zou zijn. Echter, dit onderzoek is gebaseerd op tekst die van papier worden gelezen. Bij dit onderzoek kijken ze naar de hoofdbeweging, een grote bewegingsuitslag is minder prettig dan een kleine (Ga bij een tenniswedstrijd niet helemaal vooraan zitten ...).

Maar de leesafstand bij papier is 30 tot 50 cm en bij een beeldscherm tussen de 50 en 90 cm (hoe groter het scherm, hoe groter de afstand). Door de grotere leesafstand bij het lezen vanaf een beeldscherm is de bewegingsuitslag minder groot dan bij papier. De conclusies uit dit onderzoek zijn dus niet goed bruikbaar voor de regellengte op een scherm.

In het artikel The Line Length Misconception van M. Jackson Wilkinson citeert hij onderzoek dat aangeeft dat voor online de regellengte langer kan zijn. Echt sluitend onderzoek op dit onderwerp konden wij niet vinden, maar aannemelijk is dat een regellengte tot 120 tekens nog uitstekend leest. Dit gebruiken wij overigens ook in dit e-book.

Bij lezen vanaf een beeldscherm speelt ook mee dat kortere regels leiden tot eerder scrollen. Onnodig scrollen wil je ook voorkomen.

Een tekst opnemen in 2 kolommen is ook geen oplossing, want uit het artikel Lower-Literacy Users van Jakob Nielsen blijkt dat een tekst over 2 kolommen moeilijker leest. Het gebruiken van 1 kolom heeft de voorkeur.

23.11 Contrast tekst en achtergrond

Een zwarte tekst op een witte achtergrond leest nog altijd het beste (zie Prioritizing Web Usability, pagina 240). Witte tekst op een zwarte achtergrond (diapositief) kan weliswaar een mooie uitstraling hebben, maar de randen van de letters versmelten (blurring) met de zwarte achtergrond. Daardoor is de leesbaarheid minder.

Elke afwijking van zwarte tekst/witte achtergrond maakt het contrast kleiner en verkleint de leesbaarheid. Er zijn mensen die last hebben van een witte achtergrond, maar zij zijn meestal gewend om hun browser zo in te stellen dat de witte achtergrond vervangen wordt door een minder witte.

Het contrast tussen voorgrond en achtergrond kun je berekenen. Je krijgt dan de contrastwaarde. Als minimale contrastwaarde kun je 4,5 aanhouden. Dit is ook de waarde die in de de internationale webrichtlijnen wordt aangehouden, WCAG 2.0. De contrastwaarde kun je testen met verschillende tools.

Een afbeelding als achtergrond achter de tekst lijkt leuk, maar door de verschillen in contrast zijn teksten daardoor meestal minder goed leesbaar. Plaats daarom tekst liever op een effen achtergrond.

Afbeelding achter tekst: tekst minder goed leesbaar

23.12 Weergave van hyperlinks

Een hyperlink in een lopende tekst moet duidelijk te onderscheiden zijn van gewone tekst. Je kunt hiervoor de criteria uit WCAG 2.0 voor gebruiken:

  • Het contrastratio tussen hyperlinks en de omliggende tekst is minimaal 3,0 : 1. Dat geldt ook voor de kleur van bezochte hyperlinks.
  • Behalve kleur moet er nog een ander onderscheid van links met omliggende tekst zijn. Bijvoorbeeld een onderstreping. Deze onderstreping kan op desktop zichtbaar worden bij mouse-over, maar in mobiele weergave moet die onderstreping dan al direct zichtbaar zijn.

Onderstreep geen tekst die geen hyperlink is.

Voor een link die niet in een lopende tekst staat, zoals een menu-item, gelden geen extra eisen. Vaak is de lay-out al zo dat het duidelijk is dat het een link is. Onderstreping is dan niet nodig.

23.13 Call-to-action

Sites bieden niet alleen veel informatie, ze stimuleren ook interactie. Denk aan het invullen van een formulier, een bestelling in een webshop, een inschrijving voor een cursus of een zoekactie. In al deze gevallen is er een knop die leidt tot een actie, bijvoorbeeld de knop 'Versturen' onder aan een webformulier. De knop die de actie in gang moet zetten noemen we de “call-to-action”-button.

Hieronder een voorbeeld van zo'n button (Maak afspraak) op de website van de gemeente Venlo.

Call-to-action 'Maak afspraak', Venlo.nl

Een goede call-to-actionbutton voldoet aan de volgende eisen:

  • De button nodigt uit tot actie door kleurgebruik, grootte en andere vormaspecten.
  • De button ziet er ook als een button, als iets waarop je kunt klikken.
  • De button is groot genoeg, zodat het makkelijk is om erop te klikken.
  • De buttontekst is goed leesbaar, vaak groter dan de omringende tekst.
  • De button zit het liefst zo dicht mogelijk bij de bijbehorende content.

In een contentpagina staat de call-to-action bij voorkeur direct na de lead. Ook is er bij voorkeur slechts 1 call-to-action.

Call-to-action: direct na de lead
top

Feedback

Contact

Vul dit in als je wil dat we contact met je opnemen.