Omslag van 'Handboek webcontent: meer focus, minder content'

6. Zin en onzin over begrijpelijke taal

Er zijn nogal wat vooroordelen en misverstanden over begrijpelijke taal. In dit hoofdstuk laten we zien dat een tekst die geschreven is in begrijpelijke taal alleen maar voordelen heeft. Iedereen heeft er baat bij. Zelfs zoekmachines worden er blij van.

6.1 Definitie van begrijpelijke taal

Begrijpelijk schrijven kun je misschien het beste omschrijven als verzorgde spreektaal. Je kunt ook zeggen: het is schrijven zoals je het (verzorgd) zou zeggen.

Eenvoudig Nederlands wordt in veel publicaties gelijkgesteld aan het schrijven op taalniveau B1. Dat klopt echter niet. B1 is een van de taalniveaus van het Europese Referentiekader, dat we uitgebreider in het volgende hoofdstuk bespreken. Dit is bedoeld om het taalniveau van een persoon aan te duiden, niet het taalniveau van een tekst. In Nederland gebruiken veel mensen dus ten onrechte de taalniveaus om het niveau van een tekst aan te duiden.

Verder is het Europese Referentiekader ontwikkeld om het niveau van 2e taalverwerving aan te duiden. In Nederland gebruiken veel mensen dit echter - weer ten onrechte - om het niveau van 1e taalverwerving aan te duiden.

Maar al klopt het feitelijk niet om over een B1-tekst te spreken, toch heeft alle communicatie daarover ook veel opgeleverd. De koppeling van B1 aan het niveau van een tekst heeft het onderwerp begrijpelijk (of eenvoudig) schrijven enorm positief gestimuleerd. Opeens wil iedereen zijn tekst op B1-niveau krijgen: banken, verzekeraars, overheden, ziekenhuizen enzovoort.

Omdat een B1-tekst dus niet bestaat, bestaat er ook geen definitie van wat dat nu precies is. Als je kijkt wat mensen daarover schrijven, zijn het gewoon de aanbevelingen voor eenvoudig of begrijpelijk schrijven. Sla een boek van 30 jaar geleden over goed schrijven open en je leest hetzelfde. We kunnen nog verder terug in de tijd gaan om vergelijkbare adviezen te lezen over begrijpelijke taal.

Bekijk bijvoorbeeld de regels voor effectief schrijven van George Orwell uit 1946:

  1. Never use a metaphor, simile, or other figure of speech which you are used to seeing in print.
  2. Never use a long word where a short one will do.
  3. If it is possible to cut a word out, always cut it out.
  4. Never use the passive where you can use the active.
  5. Never use a foreign phrase, a scientific word, or a jargon word if you can think of an everyday English equivalent.
  6. Break any of these rules sooner than saying anything outright barbarous.

6.2 Eenvoudig taalgebruik is goed voor iedereen

'Alsjeblieft zeg, we gaan geen Jip-en-Janneke-site maken. Onze doelgroepen hebben wel enig niveau.' Misschien herken je deze opmerking uit je eigen omgeving. Of misschien denk je zelf ook dat je mensen 'beledigt' met eenvoudige teksten. Maar uit onderzoek blijkt het tegendeel: laaggeletterden én hooggeletterden waarderen en begrijpen vereenvoudigde teksten beter.

Een van de meest aangehaalde onderzoeken hierover is dat van Jakob Nielsen naar laaggeletterdheid (zie de tabellen hieronder). Nielsen onderzocht wat de effecten bij de lezer zijn als je teksten vereenvoudigt. Interessant is dat Nielsen de effecten heeft gemeten bij laaggeletterden én hooggeletterden.

Succesvolle afronding taak ('Succes rate')

  Originele pagina Herschreven pagina
Laaggeletterd 46% 82%
Hooggeletterd 68% 93%

Tijdsbesteding taak ('Total Task Time')

  Originele pagina Herschreven pagina
Laaggeletterd 22,3 min 9,5 min.
Hooggeletterd 14,3 min. 5,1 min.

Tevredenheid ('Satisfaction')

Schaal: 1-5, 5 is hoogste score

  Originele pagina Herschreven pagina
Laaggeletterd 3,5 4,4
Hooggeletterd 3,7 4,8

Het onderzoek kijkt naar de 3 variabelen van usability, die in de ISO-definitie van usability zijn vastgelegd: effectiviteit, efficiëntie en tevredenheid.

De conclusies zijn:

  • Mensen begrijpen een vereenvoudigde tekst beter.
    (Hogere success rate oftewel effectiviteit)
  • Mensen lezen een vereenvoudigde tekst sneller.
    (Kortere total task time oftewel meer efficiëntie)
  • Mensen waarderen een vereenvoudigde tekst hoger.
    (Meer satisfaction oftewel meer tevredenheid)
  • Genoemde verbeteringen gelden voor laaggeletterden én hooggeletterden.

Er is meer onderzoek dat hetzelfde constateert. Mensen vinden complexe taal of 'imponeertaal' niet alleen moeilijker; ze vinden de afzender bovendien minder intelligent en minder geloofwaardig.

Vereenvoudigd taalgebruik is voor het eerst uitgebreid toegepast in de onderhoudsdocumentatie van vliegtuigen. Een vliegtuig landt overal in de wereld en moet daarom ook overal gecontroleerd worden op gebreken. Om fouten te voorkomen, werden alle instructies herschreven naar Simplified English. Inmiddels is de documentatie van elk passagiersvliegtuig geschreven in Simplified English. Het nut van eenvoudig taalgebruik is daar overtuigend aangetoond. Overigens wordt taal hier uitvoerig ondersteund met illustraties. Visuele ondersteuning van taal kan belangrijk zijn voor een goed begrip, maar alleen als het beeld ook echt nodig is voor het begrijpen van de informatie. En dat is het op websites vaak niet. Daarover later meer.

Meer lezen over geloofwaardigheid van webcontent?

Trustworthiness in Web Design: 4 Credibility Factors door Aurora Bedford van de Nielsen Norman Group

6.3 Elke doelgroep hetzelfde taalniveau

Traditioneel start een communicatiestrategie met het vaststellen van de doelstellingen en de doelgroepen. Wat betekenen deze doelgroepen nu voor de teksten die we online zetten? Stemmen we het taalgebruik af op de doelgroep? Kunnen we aan een doelgroep hbo-plus de tekst toch iets complexer aanbieden? Het antwoord is: nee. Zoals we hierboven al schreven: eenvoudige teksten zijn goed voor elke doelgroep.

Het splitsen van je site in doelgroepen en het kiezen van een eigen schrijfstijl per doelgroep is bijna altijd onverstandig. Een scheiding in doelgroepen is alleen zinvol als de content per doelgroep 100% verschillend is. Als je er een spreekwoordelijke muur tussen kunt zetten. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Belastingdienst, die de site opsplitst voor ondernemers en particulieren. Die scheiding is terecht, want de content is volledig verschillend.

Veel gemeenten maken onderscheid tussen de doelgroepen Inwoners en Ondernemers. Deze scheiding is niet handig, want de content van beide groepen is niet gescheiden. En de doelgroepen zijn ongelijk van grootte: 90% van de content is gericht op inwoners. Het voegt zo onnodig een extra laag toe aan het menu, waardoor alle content voor inwoners een niveau extra krijgt.

Splitsing hoofdmenu in doelgroepen Inwoners en Ondernemers: niet zinvol

De inhoud wisselen per doelgroep heeft enkele nadelen:

  • De bezoeker kan de verkeerde content lezen.
    De kans is groot dat jouw bezoekers bij de verkeerde content terechtkomen. Hoe voorkom je bijvoorbeeld dat een ouder van een kind met dyslexie via een zoekmachine terecht komt bij de informatie die bedoeld is voor professionals?
  • Het onderhoud vergt te veel tijd.
    Het onderhouden van 1 tekst is al een hele klus, laat staan dat je dezelfde inhoud in verschillende teksten hebt staan.

Dus: schrijf je tekst voor iedereen.

6.4 Begrijpelijke taal is ook goed voor zoekmachines

Google zegt zelf:

Maak een site die informatie bevat waar de mensen iets aan hebben, en schrijf pagina's waarin die informatie op een heldere en correcte wijze wordt weergegeven. Bedenk welke woorden gebruikers zullen typen om de door u geboden informatie te vinden, en gebruik deze woorden op uw site.

Google waardeert het als teksten zijn geschreven voor de gebruiker. Begrijpelijke, duidelijke en heldere taal vergroot dus ook de vindbaarheid van jouw informatie in Google.

Vroeger, bijvoorbeeld zo rond 2000, waren technische trucjes om hoger te scoren in zoekmachines nog zinvol. Er bestonden toen nog wat meer zoekmachines, zoals Ilse, Zoeken.nl, Vinden.nl en AltaVista. De zoekmachines waren minder geavanceerd en door bijvoorbeeld een belangrijk trefwoord vaak in je tekst te herhalen, kon je hoger scoren.

Die tijd is voorbij. De huidige zoekmachines, zoals Google, Bing en Yahoo, hanteren zeer complexe, wiskundige rekenregels, die bovendien voortdurend veranderen, om ervoor te zorgen dat het zoeken zo veel mogelijk gebeurt op de manier zoals wij mensen zoeken.

Goed schrijven voor zoekmachines is dus gelijk aan goed schrijven voor mensen. Anders gezegd: heldere en begrijpelijke teksten helpen je om beter te scoren in zoekmachines.

6.5 Papier of digitaal: er is maar weinig verschil

Schrijf je wel voor papier?

Het onderscheid tussen papier en digitaal is ook steeds moeilijker te maken. Een brochure die als papieren brochure wordt uitgegeven kan ook als pdf op de site worden aangeboden. De agenda van de vergadering, opgemaakt voor print, wordt waarschijnlijk vaker digitaal gelezen, als pdf of gewoon als html. Dus wanneer weet jij nog of je tekst enkel nog is voor papier?

Digitaal: de context ontbreekt

Het grootste verschil is de context waarin de tekst wordt aangeboden. Op papier weet je dat de presentatie van de tekst bij iedereen gelijk is. Een brochure komt van de drukker in 1 formaat. Een jaarverslag op papier is uniform. Het artikel in een papieren krant staat er altijd op dezelfde manier, bijvoorbeeld geïllustreerd met een grote foto of een mooie infographic.

Op het web is dat anders. Een artikel op het web kan als nieuwsbericht aangekondigd worden op de homepage. Mensen die datzelfde artikel op hun mobiele telefoon lezen, zien bijvoorbeeld de afbeelding niet. En in de zoekresultaten staat het artikel alleen met een titel en een snippet. Dat is een korte tekst die zoekmachines zoals Google in de zoekresultaten laat zien.

Deze verschillen in context betekenen dat webcontent in elke vorm begrijpelijk moet blijven. Wij noemen dat het principe van de zelfstandigheid van informatie: een titel van een webartikel moet zelfstandig te begrijpen zijn. Ook zonder de context van een foto of een lead van het artikel.

Richtlijnen voor papier en digitaal zijn vrijwel hetzelfde

Er is dus verschil tussen een webtekst en een papieren tekst. Maar de verschillen zijn klein. Ook voor papier is het beter als het belangrijkste direct wordt genoemd. Denk bijvoorbeeld aan een voorlichtingsbrochure over de bijstand. Ook daarin willen lezers direct lezen waarom die brochure voor hen interessant is. Noem je de brochure “Geen werk, wat nu?” of noem je de brochure “Bijstand: financiële ondersteuning door de gemeente”? Wij kiezen voor het laatste, want dan weet de lezer direct waar het over gaat.

top

Was dit nuttig?

Feedback

Contact

Vul dit in als je wil dat we contact met je opnemen.